Biografie

Joseph Jan Maria (Josef) Ongenae werd geboren in Antwerpen op 17 oktober 1921. Nadat hij van 1936 - 1939 op een koopvaardijschip had gevaren, werd hij in 1939 leerlingtekenaar  bij een reclamebureau. Een andere tekenaar op het bureau, Jos Bakx, maakte hem bekend met de theosofie. Het zou het begin zijn van een levenslange belangstelling voor westerse en oosterse filosofie, mystiek en religie. Al jong las Ongenae de filosofische geschriften van Immanuel Kant, Vladimir Solovjov, Helena Blavatsky en van de Duitse mysticus Meester Eckhart. Ook  de Indiase hindoe-filosofie hadden zijn belangstelling evenals de toespraken van Krishnamurti. 

Ongenae, J.J.M., Tall diagonaal II,board, synthetische verf  ,  SZ54250, Rijksdienst voor het Cultureel ErfgoedHij werd studielid  van de Belgische Theosofische Vereniging, maarvan welke branche of loge is niet bekend; het kan de Nederlandstalige Loge Antwerpen zijn geweest (opgericht in 1899), of de twee niet meer bestaande verenigingen, de branche Olcott (1925-1957) of de Franstalige branche Persévérance (1910-1963). 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog dook hij in 1943 onder bij een neef in Antwerpen om aan de te werkstelling in Duitsland te ontkomen. Op hetzelfde adres hadden de schilders Marc Mendelsohn (Londen 1915 - Brussel 2013) en Jan Cox (Den Haag 1919 – Antwerpen 1980) een atelier. Cox zette hem aan om te gaan tekenen en liet hem het werk van Georges Braque, Wassily Kandinsky en Pablo Picasso zien. Hierdoor ging Ongenae schilderen. Hij zou nooit een kunstenaarsopleiding volgen en autodidact blijven. Het werk uit deze jaren, in en kort na de oorlog, was figuratief/post-kubistisch.

In 1947 verhuisde hij naar Brussel waar hij een serie expressionistische stillevens schilderde onder invloed van het late kubisme van Braque en Picasso. Hij begon ook met landschappen schilderen, die evenals zijn stillevens steeds gestileerder werden. 

In Brussel sloot hij vriendschap met de Nederlandse beeldhouwer André Volten (Andijk 1925 - Amsterdam 2002) die van 1946 tot 1950 in Brussel woonde. Volten deelde met Ongenae zijn belangstelling voor abstracte kunst. 

Na 1950 bezocht Ongenae Volten meer dan eens in Amsterdam. In 1951 kreeg hij een tijdelijke baan als ‘huisschilder’ in het Stedelijk Museum. Daar zag hij het werk van Kasimir Malevich en Piet Mondriaan. Zijn composities werden volledig abstract. 

In 1953 vestigde hij definitief in Amsterdam. Hij raakte korte tijd in de ban van het werk van Theo van Doesburg en Bart van der Leck waardoor hij enkele ruitvormige schilderijen maakte. 

Vanaf 1954 zette Ongenae zich in voor de harmonisering van de menselijke leefomstandigheden wat zich uitte in enkele monumentale werken, bijvoorbeeld in kleurvlakken aan woningen (zie monumentaal werk). In 1954 leverde hij voor het eerst ook een werk in bij de Gemeente De BKR (1947 – 1987) werd betaald door de rijksoverheid, het ministerie van Sociale Zaken, en uitgevoerd door de gemeenten. Kunstenaars konden in hun woonplaats een beroep doen op de BKR. In ruil voor hun kunstwerken kregen ze sociale bijstand. De kunstwerken werden vervolgens verdeeld tussen de gemeenten en de rijksoverheid, c.q. het ministerie van OKW en diens opvolger het ministerie van CRM. 

Doorgaans leverde hij een à twee werken per jaar, maar soms ook drie à vier. In 1962 leverde hij negen werken in. Hij zal er tot het einde van zijn artistieke leven gebruik van maken.

In 1955 was hij betrokken bij de oprichting van de vereniging Liga Nieuw Beelden. Deze kunstenaarsgroep had tot doel stedenbouwers, architecten en beeldende kunstenaars te laten samenwerken hetgeen in het verlengde lag van zijn belangstelling voor de leefomgeving van de mens. 

In 1957 had hij een impasse en schilderde hij enige maanden niet. Hij wilde een uitweg vinden van de invloed die het werk van Mondriaan op hem had. Pas in de jaren zestig zou hij zijn eigen beeldspraak krijgen van interfererende gebogen lijnen die bestonden uit kleine vierhoekige kleurvlakken.

In 1986 hield hij definitief op met schilderen. 

Ongenae, die altijd de Belgische nationaliteit heeft gehouden, stierf in Amsterdam op 11 december 1993, ongehuwd en kinderloos. Zijn beeldrechten worden beheerd door de Stichting Pictoright, in naam van zijn enige erfgenaam, een particuliere verzamelaar.