Materiaal-technisch onderzoek

Ongenae, J.J.M., Veena, SZ66522, Rijksdienst voor het Cultureel ErfgoedAlle werken zijn geschilderd op masonite, een soort hardboard, met olie- en/of acrylverf. Hoe Ongenae zijn schilderijen opbouwde is niet bekend. Aan één schilderij (Bonany (Baleares) inv.nr. BK34959) is natuur-wetenschappelijk onderzoek gedaan (bijlage 1). Daaruit bleek dat op de drager, over het gehele oppervlak, een dunne witte grondering is aangebracht. Met een elektronenmicroscoop zijn in de grondering het pigment titaandioxide en de vulstof krijt gevonden. Dat lijkt de veronderstelling te bevestigen dat Ongenze zijn dragers eerst grondde, dat hij vervolgens de gekleurde vlakjes  aanbracht en pas daarna de vaak felgekleurde  achtergrond. In dit schilderij toont onderzoek naar de verfdwarsdoorsnede aan dat op de witte grondering een blauwe verflaag is gezet waarin het witte pigment titaandioxide gemengd met een synthetisch organisch blauw pigment voorkomen. Tevens werd zichtbaar dat het oppervlak van de blauwe verflaag enigszins is ontkleurd, wat betekent dat het blauwe pigment niet goed lichtecht is. Het gebruikte bindmiddel van het schilderij is een alkyd wat blijkt uit een analyse met gaschromatografie-massaspectrometrie. 

Omdat het werk van Ongenae vaak grote afmetingen heeft (ca. 1 x 1 meter of groter), gebruikte hij vaak twee platen masonite die hij aan de binnenzijde met houten blokjes aan elkaar lijmde. Zo bleek één schilderij (inv.nr. SZ56647) te bestaan uit twee delen: hij had een niet voltooid werk, misschien afgekeurd werk, als achterplaat gebruikt voor een schilderij dat hij blijkbaar wel voltooid vond. De beschilderde kant van het afgekeurde werk was daardoor niet zichtbaar geweest. Omdat beide platen losgeraakt waren van elkaar kon en als twee schilderijen stonden opgeslagen in het depot, kon een deel van zijn werkwijze worden achterhaald. Met potloodlijnen gaf hij lijnen en vlakken, aan waarbinnen hij zijn kleurvlakken schilderde inv.nr. BK95821). Ook schreef hij richtlijnen op het werk, zoals ‘weg’ voor een kleurvlak, of schreef hij kleuraanduidingen zoals O van oranje of voluit Oranje (inv.nr. BK86079). Op sommige plaatsen zijn inkepingen van een scherp voorwerp te zien. In een enkel geval zijn ‘post-its’ aangetroffen; een werkwijze die sterk aan die van Piet Mondriaan doet denken (inv.nr. BK34959, SZ66522). Omdat het merendeel van zijn werk een dikte heeft van 4 à 5 centimeter, is het waarschijnlijk dat hij afgekeurd of niet voltooid werk vaker gebruikte als versteviging voor zijn goedgekeurde werk. Veel van zijn werk is aan de achterzijde voorzien van houten grepen, zodat ze hanteerbaar waren voor één persoon.

De werken voor de permanente vestiging van de Verenigde Naties in New York en die voor het ministerie van Financiën in Den Haag zijn in de jaren 2000-2015 gerestaureerd evenals zes werken voor de Global Conference on Cyberspace in Den Haag op 16 en 17 april 2015 (inv.nrs. BK65772, BK76114, BK86079, BK99714, DV3428, DV9892). De restauratiedossiers bevinden zich bij afdeling Kunstcollecties van de Rijksdienst.