Eikenhouten kozijn dat door middenstijl en kalf (tussendorpel, vroeger glashout) in vieren is verdeeld. Alle vier venstervakken zijn aan de buitenzijde uitgevoerd met traliewerk (twee staande spijlen, gekoppeld door één dwarsstang). De dagkanten van stijlen en dorpels zijn naar buiten afgeschuind, bij de bovenste vensteropeningen bovendien voorzien van aangeschaafde ojief- en kwartrondprofielen. Aan de binnenzijde ...