Pieter de (goud- en zilversmid) toegeschreven aan Keen
1718
Ketel met afgeplat bolvormig lichaam en zich verjongende hals met alternerend opgelegde schelpen en culots op een geruwde ondergrond. S-vormige gelobde tuit, de bovenzijde met bladvoluut. Hoekig gebogen hengsel met ivoren verbindingsstukken en greep opgebouwd uit geprofileerde knoop tussen voluten.