Vierentwintig tafelvorken, elk met vier tanden en gladde spiegel, door middel van een dubbel lof verbonden met gladde, generfde steel met afgerond uiteinde (KB 2338.1/36). Op onderzijde steeluiteinde is een duif in een stralenkrans gegraveerd, het symbool van het Burgerweeshuis. De vorken worden bewaard in een contemporaine, rechthoekige eikenhouten kist met scharnierend deksel, twee geelkoperen ...