Verval van bodem in Zeeland die overstroomd is geweest en waarop daarna regen is gevallen, ca. 1954. Zulke bodems zijn rijk aan natrium. Klei- en zanddeeltjes raken los van elkaar. De bodem raakt ondoordringbaar en er ontstaan poelen.
Directie van de Wieringermeer, Noordoostpolderwerken