Anna zit op een zetel met hoge rugleuning met Maria en het Christuskind aan haar voeten. Over de leuning van de zetel leunen rechts Joachim en links Jozef. Anna draagt in haar linkerhand een opengeslagen boek. De rechterhand legt ze op de rechterschouder van Maria. Haar voeten rusten op een geprofileerd voetenbankje. Joachim schuift haar ...