De engel is staande voorgesteld, met vooruitgeschoven linkerbeen. Hij hield zijn, nu verdwenen, linkerhand iets opgeheven. De rechter, die iets vasthield dat nu verdwenen is, is meer naar beneden gericht. De engel staat op een kleine, gladde grond. Hij is gekleed in een gegord gewaad met amict. Hieroverheen draagt zhij een pluviale die is gesloten ...