Johannes de Doper is staande voorgesteld, rustend op zijn rechterbeen. Met zijn door zijn mantel bedekte linkerhand houdt hij een boek voor zich, dat met een klamp is gesloten. Hij heeft zijn (nu afgebroken) rechterarm opgeheven. Op het boek ligt zijn attribuut, het lam. Het heeft de kop omgewend en kijkt op naar Johannes, die ...