Maria zit met haar rechterbeen opgetrokken en het linker vooruitgestrekt, op een verhoging. Met beide armen omklemt zij het verstijfde lichaam van Christus, dat met het hoofd naar links diagonaal op haar schoot ligt. Het is naar de beschouwer gewend. Het linkerbeen ligt gebogen over het rechter en de rechterarm hangt schuin naar beneden. De ...