Christus staat met de handen achter zijn rug aan de geselpaal gebonden. Zijn linkervoet is iets naar voren geschoven. Hij neigt het hoofd iets naar links. Hij staat op een met grove kuiltjes en (latere) zigzaggroeven aangeduide, rechthoekige, schuinoplopende grond. Hij is bedekt met de lendendoek, die op zijn linkerheup is geknoopt. Zijn lange, krullende ...