In het zijden weefsel zijn op een grijs fond kleurige bloementuiltjes verwerkt. Daartussen een slingerende band. Tussen twee van de banden is de achtergrond gespikkeld. Grond: Gros de Tours (canneléweefsel). Motief: de bloementuilen in gebrocheerde zijde. De banden zijn in grondschot (liseré).