In een interieur met links een haard is de losbandigheid van het carnaval voorgesteld tegenover de karige vasten. Van links en rechts worden twee tafels binnengedragen die dienst doen als troon van respectievelijk het carnaval, een doedelzakspelende nar, en de vasten, de vissen. In het midden danst een groep carnavalsvierders. Op de voorgrond dansen twee ...