zitraam aan zij- en rugkanten afgerond; voorregel recht; 4 vierkante poten, flauw naar beneden verjongend; de voorste vertonen aan 2 buitenzijden een cannelure; de achterste staan iets dichter bij elkaar en welven naar beneden iets uit, aan een stuk met de rugstijlen, die op hun beurt naar boven uitwelven en in een eenvoudige krul eindigen; ...