Zes identieke exemplaren (1981-444 a-f); de vork heeft 4 tanden; de boven- en keerzijde van de steel hebben afgeschuinde zijkanten, zodat de steel in doorsnede zeshoekig is; het uiteinde van de steel is gewelfd; aan de overzijde loopt over het midden van het steeleinde een reliëflijn; aan de keerzijde zit bij de overgang van steel ...