Rechts op de voorgrond staan, op een verhoging in het besneeuwde landschap, drie knotwilgen met sneeuw op de knoesten en sneeuw tegen de takken. Daarachter ligt een leeg veld met aan de horizon kale bomen. Verso een duinachtig landschap met een opgaande zon of ondergaande zon, die de lucht paars en rood kleurt.