Op de voorgrond liggen besneeuwde velden, die door rijen knotwilgen, afgewisseld met hogere bomen, in rechthoekige vlakken worden verdeeld. Aan de horizon het silhouet van boompartijen en het silhouet van een stad met kerktorens en een hoge schoorsteenpijp. Daarboven een paars-geel-oranje gestreepte lucht. Verso: schets van een boeket klaprozen en andere veldbloemen.