Pot; type Diederik O-Ia; inheems-Romeins aardewerk; handgevormd; iets nauwmondige pot met hoge schouder en smalle voet en met schuin naar binnen en buiten afgeplatte geprofileerde rand die op vijf plaatsen is uitgetrokken tot een driehoekige vorm. Aan onderzijde zitten lange verticale kraslijnen; organische magering