Bijvoegsel van de Nieuwe Amsterdammer nummer 225 van 19 april 1919. Ruys de Beerenbrouck: - Geëerd publiek, ik hoef niet te rillen, ik hoef niet te beven, het is mijn tamme huisslang, en hier zijn in de stopflesch zijn Bosjewieksche gifttander, genaamd Wijnkoop en Ravesteijn.