Snuifdoos met deksel van chrysopraas in gouden vatting. Het gouden corps heeft een balustervormige, zesvoudig gefacetteerde buik met op de ribben gedreven acanthusbladeren. Als centraal motief een compositie van rocailles, met bloemranken afgewisseld. Op de linkerhelft van het deksel een antieke tempelruïne van drie zuilen.