Wit porseleinen roomkannetje met tuit, oor en los deksel; op de wanden drie rood/oranjekleurige bloemmotieven en aan één zijde een gekroonde adelaar, waaromheen gekrulde motieven en waarboven kroon; de randen zijn met goud opgewerkt, waarlangs een wit vlechtwerk nabootsend motief; op het deksel een aangebakken handgreep in de vorm van een bloemmotief.