Op een concaaf-konische voet met langs de bovenkant een rand van acanthusbladeren en langs de onderkant een palmet-rand, staat op een zuil de trechtervormige korf die is gedecoreerd met acanthusbladeren. Rond de zuil een door krullende acanthusbladeren ondersteunde lauwerkrans waarop twee adelaars: de rug tegen de zuil, de vleugels gespreid, de kop naar rechts gewend.