Deze gedichten, ontleend aan de bundel "Parken en woestijnen", zijn gedrukt in 12 exemplaren als herinnering aan het zesde lustrum van mijn huwelijk met Loek Somer. De nummers 2 tot 7 zijn bestemd voor haar, Rudolf, Merel, Kees, Arthur, Tineke en Beatrijs. Nummer [11].