Tijdens de wintermaanden als er niet kon worden gevist, breide de vissers nieuwe netten en herstelden de kapotte netten. Dat herstellen werd boeten genoemd. Boeten is een oud woord voor herstellen of goedmaken. Dat gebeurde met grotere of kleinere boetnaalden. De oudere naalden waren van gelakt hout, later kwamen er ook ijzeren naalden in gebruikt. ...