een hoornstaak. (Dui. = Nietstock); hoogte 207, lengte 190. Baan rechthoekig, naar einde licht toelopend., dwarslichtgewelfd, gepolijst. Zijkanten recht, vlak, als baan gepolijst. Einde naar beneden afgeschuind en van onderen afgeschuind, vlak, als baan gepolijst. Onderkant regelmatig vlak. Baan scherp haaks overgaand in vierkante stok 30 x 30, spits eindigend als sok. Op één zijde ...