De voorzijde toont twee vrouwenfiguren op een spreekgestoelte of zegekar (?) versierd met een uilenfiguur; ze zijn symmetrisch omringd door twee fakkel dragende engeltjes en vier leeuwen. De ene vrouw draagt een kroontje en een plantje in de rechterhand (Flora?), de andere heeft een slang in de hand (Aesculaap-relatie?). De tekst zou ik vertalen als ...