Twee vrouwen in Scheveningse streekdracht. Links staat een vissersvrouw en rechts een burgervrouw. Beide vrouwen zijn gekleed in doordeweekse dracht. Onder de muts met 'ronde klappen' (geplooide zijkanten) dragen ze een zilveren oorijzer met ovale gouden 'boeken' aan de uiteinden. Burgervrouwen dragen een 'baskenlijf', een jak dat aan de achterzijde onderaan in een punt uitloopt. ...