Een 20-karaats gouden oorijzer met stiften van filigrein, gedragen door een vrouw in streekdracht uit de Zuidwesthoek van Friesland, tegen de grens met Overijssel. In het oorijzer staan het jaartal 1839 en de initialen A.H.P. Het oorijzer is vervaardigd door H. Fliringa in Leeuwarden, werkzaam tussen 1832 en 1846.