Een zogenoemde beuk (kroplap) van paarsblauw fluweel, bedrukt met zilverkleurige motieven. De beuk is omstreeks 1920 gedragen door een vrouw in streekdracht uit Nieuw- en Sint Joosland, bij de zondagse dracht. Hij is gevoerd met katoen en langs de hals afgewerkt met passement.