Machinaal geweven grijsbeige wollen stof met ingeweven witte en blauwe motiefjes in glansgaren. De stof is gebruikt door vrouwen en meisjes in Zuid-Bevelandse streekdracht voor schouderdoeken, de zogenoemde 'broekedoeken'. De broekedoeken met afstekende ingeweven patroontjes werden met name in de periode 1930-1940 gedragen. Katholieke vrouwen droegen soms een doek en een beuk van dezelfde broekedoekenstof.