Oorijzer van 18-karaats goud met aan de uiteinden gouden stiften. Dit oorijzer is gedragen door een vrouw uit het Oldambt in Groninger streekdracht. In het oorijzer staat een jaarletter van 1849. In de beugel staat het meesterteken van edelsmid Jan Cornelis Takens uit Scheemda, werkzaam van 1849 tot 1858.