Lokale tram; twee elektromotoren via bovenleiding 600 volt
Reizigersvervoer (tot 1914 als bijwagen, vervolgens als motorrijtuig). Tramrijtuig op twee vaste assen. De bak heeft twee afgeronde eindbalkons met stuurstanden en aan beide zijden drie ruiten. Op het dak bevindt zich een beugel voor de stroomafname. De tram is blauw geschilderd.