Man (Kain) kijkt neer op een andere man (Abel) die achter hem op de grond ligt. Hij is gehult in een berevel en draagt een stok in zijn rechterhand, hij maakt aanstalten weg te lopen. De man op de grond draagt een lendedoek. Rechts op de voorgrond ligt een omgevallen fruitschaal, op de achtergrond zien ...