In een boslandschap rijdt op de voorgrond een ruiter naar links. Hij draagt een platte hoed, een mantel wappert over zijn schouders en hij heeft in zijn opgeheven rechterhand een dunne zwarte stok, waarschijnlijk een zweep. Het paard heeft het rechter voorbeen geheven. Tussen de bomen en recht boven de ruiter is een doorkijkje naar ...