Kan van bronsblik met ingedeukte bodem, die aan de kan vastgesoldeerd is. Lage standring. De wand loopt vrij steil schuin naar boven om na de buikverwijding weer schuin naar binnen te lopen en geleidelijk in de buisvormige hals over te gaan. Afzonderlijk gegoten oor met puntige, bladvormige attache en een ring, die om de hals ...
e 1938/2.7
kan
Rijksmuseum van Oudheden
Verslag RMO 1938, 5. Vgl. M.H.P. den Boesterd 1956, The bronze vessels, 70, nr. 257, pl. XI. N. Walke 1963, Römisches Gräberfeld in Wehringen, Ldkr. Schwabmünchen, Schwaben, Germania 41, 123, Taf. 20.