Bronzen oor van een kan, rondgebogen. De attache onderaan, waarop het uiteinde van het oorrest is afgebroken. Op de knik een dwarsribbel, bovenaan een bloemknop als duimsteun. Het oor eindigd aan weerskanten in vogelkoppen, die om de kanmonding liggen. Over de lengte van het oor een florale versiering. Groen patina.