Urn van bruine lichtgebakken aarde, ter ener zijde en van boven geschonden, gevuld met verbrande mensenbeenderen en van zeldzame, bijna kogelvormige gedaante. Opgegraven in het gehucht Driehuizen, 1/4 uur ten Z.W. van de hervormde kerk van Apeldoorn, op de heide, in een grafheuvel van 4el hoogte ter diepte van 0.2 el onder de grond.