De voet bestaat uit een ronde rand. Vanaf de rand lopen de wanden breed uiteen en maken dan een scherpe knik naar binnen. Dit gedeelte vormt de bodem waarvandaan de wanden breed uit lopen en eindigen in een kleine, iets naar buitenstaande rand. In het midden van de bodem zit op de binnenkant een kleine ...
B 2004/6.6
kom
Rijksmuseum van Oudheden
Kenyon, K.M. (1965), Excavations at Jericho, Vol. II, pp. 412-413.