Houten beeldje van een zittende godin Neith met opgetrokken knieën. Ze draagt een strak gewaad dat tot over de voeten is getrokken. Haar armen zijn niet zichtbaar. Rond, scherp gesneden gezicht, met grote uitstekende oren (van het rechteroor is een stukje afgebroken). Rode kroon van Beneden Egypte, afgebroken. Op een voetstuk.