Een fijn gevormd, albasten kopje van een vrouwenfigurine, afgebroken in de hals (wellicht B 1981/8.9). Het bezit een lichte glimlach rond de lippen, doorboorde oren en een relatief zeer ruw gevormd glad kapsel dat allerlei snij- en slijpsporen vertoont. Waarschijnlijk is een los kapsel in asfalt, bitumen of klei toegevoegd geweest. Opvallend zijn de, mogelijk ...