Zaal 268 gezien naar het noordwesten, met rechts en achter de kolom een groot kruisvenster. Op de grond zijn de schilderijen tegen de dranghekken geplaatst. In het jaarverslag van 1926 staat vermeld dat de westelijke kabinetten en het westelijk paviljoen werden ontruimd, de centrale verwarming werd veranderd, schotten werden aangebracht, doorgangen werden gemaakt en verfwerk ...