Eén van serie van zes. Zoon (Filius Prodigus) wordt omarmd door Vrede (Pax). Om hen heen staan Gerechtigheid (Justicia), Vreugde (Laeticia) en Standvastigheid (Constantia). Boven hen de Heilige Geest in een stralenkrans. Op de achtergrond de vader (Pater) in gesprek met personificatie van het Joodse volk (Gens Judaica), twee mannen die een koe gaan slachten, ...