Beschilderde doek van geklopte boombast, door vrouwen gedragen als lendendoek
boombastdoek
TM-853-2
Op deze beschilderde boombastdoek (maro) zijn vissen, bomen, twijgen met bladeren, en insecten te zien. Sentani vrouwen in het noordoosten van Papua maakten boombastdoek door de binnenbast met kloppers te bewerken. Vermoedelijk werden ze door mannen beschilderd - met houtskool, kalk en oker. Vooral gehuwde vrouwen droegen deze boombastdoeken als lendendoek. Weduwen rouwden gehuld in een cape van boombastdoek, en doden werden gewikkeld in boombastdoeken begraven. In de jaren 1920-1930 was er in ‘westerse’ kunstkringen veel interesse voor Sentani boombastdoeken. Expressionistische en surrealistische kunstenaars zoals Henri Matisse, Max Ernst surrealist en Joan Miró lieten zich er door inspireren. Kunsthandelaar en fotograaf Jacques Viot ondernam in 1929 een verzamelexpeditie naar het Sentani-meer in het noordoosten van Papua. In de jaren daarna werden veel boombastdoeken in verkooptentoonstellingen aangeboden als ‘primitieve’ kunst’.